In The Making

N.a.v. een atelierbezoek bij Ritsart Gobyn, Wondelgem, september 2015

Een leegstaande art deco-villa in een Wondelgems parkje herbergt het atelier van Ritsart Gobyn. In wat vroeger wellicht een antichambre was, werd met een vezelplaten wand een werkvlak gemaakt, waarop hij me ietwat aarzelend de oogst van zijn ijver toont.

De jongste werken die Ritsart voorzichtig opdiept uit de stapel in zijn atelier verkennen een nieuw pad. Het zijn ietwat smoezelige, maar rijke doeken, pretentieloos, op de onbehandelde keerzijde van het lijnwaad. Ze eindigen voor een keertje niet op de vier blote, nette randjes van een spieraam, wat bij hedendaagse schilderkunst als de modieuze norm doorgaat. Nee, het schijnbaar bevuilde canvas werd netjes strak gezet, klassiek en monumentaal ingelijst. Maar daar houdt het niet op. Letterlijk. Buiten hun ouderwetse lijst lopen de doeken door als rafelige en verfomfaaide flappen. Ik omschrijf ze als ‘over-schot’, in de letterlijke betekenis van ‘voorbij schieten’. Ritsart zelf pareert met een nog leukere en ambitieuze metafoor: “schilderkunst in een ander kader dwingen…”

Schilderijen die vechten met hun lijst. Het is een strijd die in de geschiedenis van het medium dikwijls opflakkerde. De Madonna di Loreto van Carravaggio, die uit het kader van het schilderij de pelgrims tegemoet treedt, de facetachtige kijk op de wereld door de vele kaders van een middeleeuws retabel, de doorkijkjes met achterliggende landschappen bij de Vlaamse Primitieven, de ramen naar achterliggende ruimtes bij Vermeer, renaissance-portretten die bedrieglijk hun hand op het kader leggen, de doorsneden doeken van Fontana, blootgelegde spieramen bij Broodhaers, de talrijke schilderijen-in-het schilderij van Magritte…Schilderkunst is op zijn slimst als ze tegelijk bedrieglijk, esthetisch, tactiel, verleidelijk en conceptueel kan zijn.

Nog niet zo lang geleden stond het schilderend vertalen van het zichtbare centraal in het oeuvre van Ritsart: het klassiek capteren van een opvallend beeld, vaak architecturaal, een spannende uitsnede bepalen en die quasi virtuoos omzetten in verf. Wat begon als avontuur werd vaardigheid, vergleed naar een methode, en eindigde als een maatpak dat soms te strak zat. Was het de veiligheid van een vaak betreden pad die hem stak? De honger naar een uitdaging? Of liep hij te snel en te dikwijls tegen de grenzen van zo’n oeuvre aan? Ritsart zocht tijdig een uitweg en begon vastberaden aan de ontmanteling van zijn schilderkunst, tot hem enkel lijnen, vlakken, en tinten restten. Of sporen, een term die beter past bij zijn ambivalentie tussen “doen” en “laten gebeuren”. Hij wrikt de strakke regie van de dingen los met de kruipolie van experiment. Kruisende patronen, dikke en waterige lijnen, overschilderde partijen, overlappende lagen. Illusies van ruimtelijkheid en schaduw. Contrasten tussen gestuele partijen en onbewerkte zones. Sporen van tape inspireren tot nageschilderde sporen van tape. Ongelukjes en geïmiteerde ongelukjes wisselen listig af. Dubbelzinnigheid. Ritsart zaait verwarring, graaft mijnen in. Er wordt geflirt met patronen en grids. Maar nog voor je een vermoeden krijgt van een groeiende structuur, verdwijnt ze alweer. Wat zich aandient als gecomponeerd blijkt bij nader inzien toeval. Wat toevallig lijkt, is dan weer doelbewust aangebracht. Van een veilige tocht door het urbane landschap is geen sprake meer. Sommige vlekken of zones herinneren dan juist weer verdacht veel aan landschappen en ontwikkelen zich als frisse doorkijkjes. Het zijn soms slechts kleine, subtiele degradés ter grootte van een postzegel, tableautjes in het tabeau.

De switch van figuratie naar abstract die zich de laatste jaren vrij snel voltrok, is overigens niet altijd zo radicaal als hij lijkt. Vele schilderkunstige kwaliteiten en ervaringen bleven gewoon bewaard. Enkel de preconceptie van het “te schilderen beeld” verdween. Niet al het badwater is weg. Het kind is zelfs blijven zitten en het speelt naar hartenlust. Zonder vooropgezet einddoel weliswaar, intuïtief, zoals een jazzmuzikant. Ritsart getuigt dat zoiets zowel bevrijdend als beangstigend kan zijn. De schilder ontzegt zich de houvast van een vooraf gekozen motief. En dat plaatst hem voor een grotere verantwoordelijkheid. Het doek was bij aanvang nog nooit zo intimiderend leeg zonder compositie of beeld in gedachten. Om het abstracte verhaal op gang te trekken zijn impulsen nodig. Een beetje chaos doet soms wonderen. Canvas dat een tijdje op de grond van het atelier rondzwierf, om de tegels van Villa de Wal van vlekken en spatten te behoeden, krijgt een tweede leven als drager. Met spraycan en penseel krijgt die “fond” extra accenten. Het valt moeilijk uit te maken waar het toeval zijn werk deed en waar de hand van Ritsart tussenkwam. Zo kan een plastic vloermat die achteloos onder het werkstuk gelegd werd, tijdens het spuiten zorgen voor een patroon. Plastic noppen van inpakfolie appelleren aan het raster van een offsetprint. Die accumulatie van toevalligheden maakt het geheel evenwel nooit gratuit. Het spel wankelt slim op een koord tussen chaos en controle. De gestes behouden de scherpte van een doelgerichte keuze. Un coup de dés jamais n’abolira le hasard… Recent probeert hij onderlinge botsingen ook uit met boeiende collages van verschillende papiersoorten en verdwaalde knipsels. Een methode die sinds dada onafgebroken zijn vruchten afwierp.

Zo nu en dan focust Ritsart de kijker op de status van het schilderij. Het spieraam verraadt zich in de beeldlaag. Hij speelt ook subtiel met de spanning tussen het schilderij als beeld en het schilderij als object. Het creatieve proces houdt niet op bij het schilderen. De onderlinge combinatie van verschillende formaten op één wand, de positie van schilderijen ten opzichte van elkaar, maakt even goed deel uit van het proces. In de presentatie behandelt hij de werken als persoonlijkheden die elkaars aura voorzichtig respecteren of net assertief doorboren.

Een schilderkunst zonder representatie biedt soms weinig haakjes om een geschreven betoog aan vast te hangen. Er is geen voor de hand liggende psychologie, filosofie, noch esoterie, mythologie of historie die zomaar kunnen ingeroepen worden om het getoonde te duiden. En aan de loutere ervaring van verf en doek in al hun verschillende verschijningsvormen blijven woorden soms moeilijk plakken. Ritsart beheerst misschien een semiotiek die soms alleen maar door schilders zal gevat worden. Zoals je van een reeks muzieknoten ook niet kan vertellen waarom ze een pakkende melodie vormt. Het pleit voor een schilder als hij zijn verhaal alleen al schilderend kan brengen. Betere redenen om te schilderen bestaan niet.

– Frederik Van Laere